Bruggetjes route: bomenwandeling Uithoorn

Dit is een verrassende wandeling langs weidevogelleefgebied en door twee ’nieuwe’ wijken van Uithoorn: Meerwijk Oost en Meerwijk West resp. ca 30 en 20 jaar oud. In de wandeling zitten ook enkele historische objecten van eeuwen oud. De routes gaat over de bruggetjes, die de straten in de twee wijken verbinden. Bij de aanleg van de wijken is het oude slotenpatroon van voormalig agrarisch land behouden gebleven.

Start: Bij parkeerterrein Fort a/d Drecht langs de Grevelingen
Afstand: 4,5 km
Tijdsduur: 1,5 uur   

Vanaf het parkeerterrein lopen we naar de ingang van het fort. Hier zijn informatie borden over het fort als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Op het fortterrein zijn enkele restaurants en er zijn ateliers voor kunstenaars. Meer informatie over het fort vindt u op stelling-amsterdam.nl.

Op het voorterrein van het fort, de keel, is het leuk om even rond te kijken. Er staan knotwilgen. Knotwilgen zijn meestal gewone schietwilgen, de meest algemene en meest voorkomende wilg in ons land, maar ze zijn geknot en lopen op de snoeiplek weer uit. De afgesnoeide twijgen zijn gebruikshout (rijshout) o.a. voor gereedschapsstelen, hekwerken en oeverbeschoeiingen.

Afhankelijk van het doel worden de bomen om de 3 à 4 jaar geknot. Oude niet meer geknotte bomen zijn vaak hol en als de takken te zwaar worden, bezwijkt de boom onder het gewicht. Ook staan er op de het terrein eenstijlige meidoorns, hoge grote struiken met takdoorns.

Crateagus monogynaeenstijlige meidoorn

We verlaten het fort en gaan linksaf naar beneden. Meteen links staan bij de oprit een gewone vlier, een gewone es en een sleedoorn. De vlier en de es hebben gedeeld blad, d.w.z. dat het blad verdeeld is meer kleinere blaadjes. Als u de bladeren vergelijkt kunt u de verschillen ontdekken. Eén blad van de vlier heeft 2-3 paar blaadjes en een topblad. De es heeft 4-6 jukken en een topblad. De sleedoorn bloeit vroeg in het voorjaar als een van de eerste struiken en hij geeft kleine wrange pruimpjes. Er staan een haag van liguster en even verderop een haag van bruine beuk. In de tuin links staat een jonge amberboom bij de oprit. 
Ligustrum vulgareliguster

Als we links aanhouden zien we recht een viertal bolvormige trompetbomen. De dakbomen zijn platanen; ze zijn geleid en gesnoeid om meer schaduw te geven. Links staan een grote conifeer een Westerse levensboom. Hij heeft kleine kegeltjes. Bij het water aan de linkerkant staan een grote treurwilg en eronder een olijfwilg.
Catalpa bignoidestrompetboom

We gaan linksaf het Gooimeer in. Bij nr 17 staat een vijg en een walnotenboom. We gaan rechtsaf het wandelpad op. Hier staan weer knotwilgen, maar dit zijn jonge bomen met een klein ’knotje’. Maar in de knot hebben zich al andere planten gevestigd. Hier zijn te herkennen: robertskruid, kleefkruid en gewone vlier. Het komt veel voor planten zich vestigen in de knot van een wilg. Soms maken zelfs eenden er hun nest. En als de boom van binnen hol wordt dan broeden daar weer andere vogels. De boom trekt ook veel insecten, waarvan insectenetende vogels profiteren. Bloeiende wilgen bieden voeding aan heel veel verschillende insecten zoals hommels. Links en rechts van de brug staan zwarte elzen met extra diep ingesneden blad.
Alnus laciniatazwarte els

We gaan de brug over en kijken uit over de Uithoornse polder. Dit is een nog oude veenpolder, waar het veen nooit is vergraven. Het verkavelingpatroon van de polder stamt nog uit de Middeleeuwen. Het deel waar u over uitkijkt is een weidevogelleefgebied en daarom aangesloten bij het NatuurNetwerk Nederland en is in beheer bij Landschap Noord-Holland.

Meteen links van de brug staat een schietwilg. Hier kunt u het blad goed bekijken: van boven groen en van onderen zilverachtig zacht behaard. Schietwilgen hebben struiken met mannelijke bloemen en struiken met vrouwelijke bloemen. De mannelijke bloemen leveren stuifmeel en daar profiteren veel insecten van vroeg in het voorjaar. De vrouwelijke bloemen vormen pluizige zaden.
Salix alba verbschietwilg
Ernaast staat een hondsroos en een sleedoorn. Langs het hele pad staan hoge zwarte elzen; de bladeren hebben een kenmerkende afgeknotte bladtop. Vooral ’s winters is te zien dat de stam van de boom tot hoog in de boom doorloopt. Elzen zijn typische bomen die thuis horen in het veengebied; ze kunnen goed groeien in natte omstandigheden. Elzen leggen stikstof uit de lucht vast met behulp van micro-organismen in hun wortelknolletjes. Ze fungeren in het landschap als groenbemester. Hiervan profiteert de gewone braam, die graag groeit op stikstofrijke grond. 
Rubus fructicosagewone braam
Tijdens de bloei van de braam zoemt het rond de bloeiende bramen van nectarzoekende insecten. Tussen de braam staat ook nog gewone vlier.
Sambucus nigra gewone vlier

De volgende brug gaat over de Molenvliet, een van de hoofdsloten in de polders om de waterstand te regelen. Het maaiveld en de waterstand in de Uithoornse polder is hoger dan de omliggende polders, waar vaak turf is gestoken is. Er zakt veel water weg, zijgen noemen we dat, uit de polder naar de naastliggende polders. Na de brug kunt u meteen linksaf een onverhard voetpad tussen het riet door of omlopen via het verharde pad:

U neemt de verharde weg en gaat vanaf de brug rechtdoor en dan twee keer links. U komt langs een gewone es, waarvan de mannelijke bloeiwijzen dik opgezwollen zijn. Deze bloemkoolachtige gallen zijn van de essengalmijt. Na de laatste bocht loopt u langs een haag van rimpelroos en aan het eind rode kornoelje. Deze kornoelje bloeit met witte schermen en hij krijgt naderhand blauw/zwarte bessen. Het rood in de naam verwijst naar de kleur van de takken, die in de zon rood verkleuren. In de haag staan 4 bolvormige essen. Dit is de manna-es of pluimes. In tegenstelling tot de gewone es zijn de deelblaadjes duidelijk gesteeld.

Aan het eind van het pad vlak voor de verharding staat oude boomstam. De stam is aangetast door een schimmel die witrot veroorzaakt. Op het grasveld voor de brug staan 3 amberbomen. De bladeren lijken wel wat op een esdoorn, maar ze staan verspreid. En ook de vruchten zijn erg kenmerkend van deze boom; grote bollen met gekromde uitsteeksels. Ook staat er weer een gewone es, eveneens met gallen van de essengalmijt.
Liquidambar styracifluaamberboom

Fraxinus exelsiorgewone es

Na de brug bent u in de grote lijster. U ziet zwarte elzen, rode esdoorn en ruwe berken. De ruwe berk is een van de twee inheemse berken in Nederland. Deze berk heeft hangende twijgen. De rode esdoorn komt oorspronkelijk uit het oosten van Noord Amerika. Hij wordt bij ons vooral gewaardeerd om zijn mooie bladkleur in de herfst.

Een brug verder staat in de Noorse Lijster een grote krentenboom. De jonge bladeren lopen bruinachtig rood uit en blijven vrij lang gevouwen. Ze bloeien op dat moment ook overdadig met witte bloemen. De bessen worden graag door vogels gegeten. En in het najaar verkleuren de bladeren mooi rood.

Even verder staat een berk met witte schors. Het is een grijze berk, ook wel populierbladige berk genoemd. Zijn bladeren lijken sterk op die van een populier, maar ze zijn scherp gezaagd aan de bladrand en zowel van boven als van onderen glanzend groen. Deze boom komt oorspronkelijk uit de koelere streken van Noord Amerika. De gewone berken, elzen en wilgen rechts kunt u nu wel herkennen. Voor de brug staat een variëteit van de venijnboom (Taxus) met sterk hangende takken. Een bekende variëteit die dit doet is de 'Dovastoniana'

Taxus baccatavenijnboom

We gaan de volgende brug over en zien daar een geelkleurige boom, een goudiep. Ervoor staat een haag van laurierkers. Deze struik wordt heel veel aangeplant in tuinen, maar komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa. Hij is wintergroen en als hij niet wordt gesnoeid kan hij bloeien en bessen dragen. Bij nummer 47 staan twee Japanse sierkersen. Ze bloeien mooi in het voorjaar, maar de rest van het jaar zijn het onopvallende bomen . Rechts staat een afgeknotte witte paardenkastanje. De boom loopt nu uit op de slapende knoppen en krijgt nooit meer de ronde volle boomkroon.

Langs de straat rechts staan een aantal haagbeuken. Van oorsprong zijn het rivierbegeleidende bosbomen die hoog en breed kunnen uitgroeien. In plantsoenen en tuinen worden vaak variëteiten aangeplant met een eivormige boomkruin. De boom is daar bijna aan te herkennen. Haagbeuken worden soms ook wel toegepast in strak gesnoeide hagen, maar veel minder vaak dan de echte beuk.

Carpinus betulushaagbeuk

Links op een hoek in de voortuin staat een mooie Westerse levensboom. Kijkt u maar nar de kleine kegeltjes die in de boom hangen, die zijn karakteristiek. Het is een variëteit waarvan de takken in boogjes buigen. Ook in het volgende straatje rechts staan weer haagbeuken langs de straat. Bij de volgende brug staan aan weerszijden 2 treurwilgen.

Na de volgende brug bent u in de Zanglijster. Leuk al die vogelnamen, maar deze vogel kunt u gewoon in de woonwijk tegenkomen. De zanglijster zingt uitbundig met veel variatie. Wel zit er altijd een kenmerkende herhaling in zijn lied met driemaal hetzelfde riedeltje. Ook hier staan hier weer een aantal berken met witte schors, die hoog zijn opgekroond. De schors heeft lange horizontale lange lenticellen en bladert in stroken af. Hoewel het blad ver weg is om te controleren, hou ik het op de goudberk. Er zijn veel aangeplante berkensoorten met een witte schors en voor een zekere determinatie moeten eigenlijk alle kenmerken worden meegenomen. U ziet verder een Hongaarse eik.

Na de volgende brug ziet u een groenstrook met een bankje en uitzicht over de weilanden. Hier is een geschikte plek om van al die vogelgeluiden te genieten. Rondom u staan ruwe berken en lijsterbessen. De ruwe berken hebben in tegenstelling tot de zachte berk geen hangende takken, maar de twijgen staan stijf. Ook de bladeren zijn iets anders van vorm. Die van zachte berk heeft meer ruitvormige bladeren met een wigvormige bladvoet, terwijl de ruwe berk de bladeren meer driehoekig zijn. Jammer genoeg komen van deze inheemse berken veel hybriden voor, die in hun eigenschappen het midden houden tussen de oudersoorten. Ook de lijsterbes is een inheemse boom die vroeg in het voorjaar bloeit en in het najaar trossen rode bessen draagt. Hij heet niet voor niets lijsterbes, want de lijsters zijn dol op de bessen.

Sorbus aucuparialijsterbes

De Gelderse roos is een grote struik met handvormige bladeren. Ook hij draagt in de late zomer bessen, maar die worden pas gegetendoor de vogels als er geen ander voedsel meer beschikbaar is. Dat ziet u hier ook nog een slordig aandoende struik met zeer langwerpige bladeren waarvan de bladrand iets naar binnen is gerold. Het is de katwilg.
Viburnum opulusGelderse roos

Midden op het terrein staan grote grootbladige elzen. Deze els is een hybride van twee andere elzensoorten. Ze is in Uithoorn veel aangeplant.

Alnus speathiigrootbladige els

U gaat de bocht om en loopt langs de uiterste rand van de woonwijk weer terug. Hier aan de linkerkant is een groenstrook gemaakt met allemaal bolgewassen om te verwilderen. In het voorjaar een mooi gezicht. U neemt de eerste straat, Nijlgans, linksaf.

Rechts in de groenstrook staan zowel aan het begin als aan het eind van de straat grote bomen met glanzend blad. Het is de Hongaarse eik. Aan de waterkant staan verder knotessen. Hoewel wilgen het vaakst worden (vooral werden) geknot voor gebruikshout, komen knotbomen ook voor bij essen, populieren, elzen en eiken. Essen twijgen zijn heel geschikt om er (spa)stelen of ander gereedschap van te maken. Het hout is sterk maar veerkrachtig.
Quercus frainettoHongaarse eik

U gaat de brug over en komt in de Kolgans. Langs de straat staan sierappels en bijna aan het eind enkele haagbeuken. Ook staat hier aan de linker kant een goed uitgegroeide blauwe atlasceder. Bij de kruising is een grasveld met op de hoek een zachte berk en aan de sloot knotwilgen. Voorts ziet u hier weer een treurwilg en twee Italiaanse populieren. Rechts op de hoek staat in het rozenperkje een zilveresdoorn.

Ceder atlanticaAtlas ceder

In de Rotgans vindt u weer sierappels langs de straat en ongeveer in het midden staat een goudiep. Aan het eind van de straat staan rode Noorse esdoorns.

Aan het eind van de straat kunt u links af het fietspad op van de Zwarte mees. U loopt dan langs de achtertuinen van de huizen langs een brede sloot. Aan het einde van het pad houden we links aan. We zien er een ratelpopulier met het mooie ronde blad met gegolfde bladrand. Eronder staat een hazelaar, waaraan u in het najaar hazelnoten kunt vinden. Ook staat er een gewone vlier. De genoemde bomen staan ook op het speelveld.

Populus tremularatelpopulier

Corylus avellanahazelaar

In de driehoek van de wandelpaden staat een watercipres. Deze boom werd pas in 1941 ontdekt in China, nadat men dacht dat hij was uitgestorven. In 1948 zijn er zaden opgestuurd naar het westen en vandaar is hij verspreid over heel Noord Amerika en Europa. Hij lijkt op de moerascipres, maar heeft in tegenstelling tot deze boom een verspreide bladstand; bij de watercipres staan ze tegenover elkaar. Op het speelveld zelf staan in het gras amberbomen.

Aan de overkant van de sloot staat de monumentale boerderij Leeuwarden met een nog in goede staat verkerend boenhok. De boerderij stamt uit 1894. Nu is hier het recreatiebedrijf Poldersport gevestigd. In de tuin staat een grote kronkelwilg en een witte paardenkastanje. We gaan de brug over de Boterdijk op. We kijken nog even naar links naar de voortuin van de oude boerderij. In de voortuin staat nog een geknotte treurwilg en vooral valt de grote bruine beuk op naast de oprit. Dan vervolgen we onze weg door naar rechts te gaan richting Uithoorn dorp.

Metasequioa glyptostroboides takjewatercipres

De Boterdijk was voorheen niet meer dan een vaak modderig voetpad tussen Uithoorn en de Kwakel. Meer was er tot eind 19e eeuw niet nodig, want alle vervoer, boerderijproducten zoals boter en kaas, gingen per boot door de vaarten aan weerszijden van de dijk. Pas 1885 werd de dijk verbreed en berijdbaar gemaakt voor paard en wagen. De vaarten werden gaandeweg smaller en de weg breder en verhard.

Links staat bij nummer 46 een goudiep en een aantal perenbomen als leiboom. Ook hofstede Nooitgedacht is een monument en volgens het jaartal op de gevel stamt de boerderij uit 1901. Hier staan drie Hollandse lindes en voor het huis een plataan. En we zien naast de oprit twee berken staan. De berk met de witte stam is een zachte berk en die met gebroken schors en donkere plekken is een ruwe berk.

Tilia x vulgarisHollandse linde

Hier kunt u goed het verschil zien tussen de bomen, maar vergeet niet dat er vaak hybriden worden gevormd en er heel veel tussenvormen bestaan tussen berken, zeker deze twee die inheems zijn in Nederland.

We steken de brug over en gaan rechtdoor. In het gras staan drie Italiaanse populieren. Deze boom wordt heel veel aangeplant om hun kenmerkende zuilvormige silhouet. Oorspronkelijk komt hij uit Zuid Europa en is zeker als jonge boom niet geheel winterhart. Ze worden in Toscane veel gebruikt langs oprijlanen van landhuizen en soms ook langs landweggetjes.

We steken de Watsonweg over en vervolgen onze weg over de Boterdijk. Rechts staan een rode Noorse esdoorn en links zien we de eenstijlige meidoorn. Daarna zien we rechts weer lindes, maar nu als leilinden geleid. Links is de tuin van Bram de Groote. Bij de brug staan een informatiebord over de tuin en de bezoekmomenten. De ingang is even verderop in het Elzenlaantje. Van oorsprong was dit begin 20e eeuw een groentetuin, maar na de 2e wereldoorlog heeft Bram de Groote er een siertuin met bijzondere bomen van gemaakt. Er staan o.a. een moerascipres, watercipres, trompetboom, tulpenboom en een ginkgo. Tegenwoordig is de tuin in beheer bij Landschap Noord-Holland, maar worden de feitelijke werkzaamheden gedaan door de vrijwilligers van de werkgroep Tuin Bram de Groote.

U kiest het voetpad tegenover het elzenlaantje. Aan het voetpad staat een geknotte treurwilg. Aan het eind even rechts en dan links af de Grauwe gans in. Eerst komt u langs een rode Japanse esdoorn. Aan beide kanten van de straat staan katsoerabomen en ertussen in een zuilvormige zomereik. Links ziet u nog een amberboom.

Acer palmatumJapanse esdoorn

U neemt het eerste voetpad links. Rechts staat een gewone vogelkers. Die is inheems en bloeit in het voorjaar met afstaande witte trossen en draagt in het najaar zwarte bessen, die graag worden gegeten door vogels. Er staat ook een andere Prunus, de gewone laurierkers. Omdat hij wintergroen is, wordt deze struik vaak gebruikt voor hagen. Als hij niet wordt gesnoeid is hij als prunus goed te herkennen, want hij heeft een vergelijkbare
bloei en vruchtdracht dan de gewone vogelkers.

We gaan de brug over en zien een zomereik staan. Langs het pad staan enkelbloemige roosjes. We gaan rechtdoor via de Bergeend en nemen het voetpad langs de flat. Rechts staat een haagbeuk. Links staat een andere bijzondere boom/struik, Perzisch ijzerhout. Deze plant wordt een grote struik of kleine boom. Bij oude bomen schilfert net als bij de plataan de schors in plakkaten af.

Quercus roburzomereik
Achterin het grasveld staat een nog kleine reuzenkornoelje. Hij bloeit in grote brede tuilen met witte bloemen en draagt daarna blauw/zwarte bessen. Grote kornoeljes hebben hun bladeren vaak in etages boven elkaar, een manier waarop ze in de meest gunstige positie zijn om zoveel mogelijk licht op te vangen.

We gaan weer een brug over en komen in de Krakeend. Links in de heg piepen tussen de bladeren van de sneeuwbes andere klimmers uit: passiebloem, kamperfoelie, trompetbloem en blauwe regen.

Lonicerakamperfoelie

Na de volgende brug gaan we rechts af en lopen nu door de ecologische zone met veel riet tussen de twee nieuwbouwwijken Meerwijk West en Meerwijk Oost door. Deze zone verbindt het weidegebied van de Uithoornse polder met het Zijdelmeer. De Polderweg steken we over en lopen tot de T splitsing. Hier gaan we links en na enige meters voor de brug rechts.

De hoge brug die u nu oversteekt heeft u op de heenweg ook gehad. Aan het eind gaan we links, brug over, weer links en na 10 meter rechts. Aan het eind gaan we weer rechts en u bent nu op uw beginpunt aangekomen.

Jan van Gooyen Voetbrug Kwakel met hengelaars op een tekening uit 1651 Groninger Museum
Jan van Gooyen Voetbrug Kwakel met hengelaars op een tekening uit 1651 Groninger Museum

Als we weer terugzijn op ons uitgangpunt heeft u 15 bruggen over gestoken. Dat is in deze regio heel normaal. Het dorp De Kwakel is er zelfs naar genoemd. Een kwakel is een hoge smalle voetgangersbrug met een steile op- en afgang en een vlak middengedeelte en aan weerskanten een reling. Hij is hoog zodat schepen eronder door konden. Omdat deze bruggen niet geschikt waren voor paard en wagen werd er vroeger soms een ophaalbrug naast gelegd.