Vier jaar bouwen aan de toekomst
Het college van burgemeester en wethouders blikt terug op een periode vol verandering in Uithoorn en De Kwakel.
Foto: v.l.n.r. Gemeentesecretaris / algemeen directeur drs. Karin Wegewijs, Wethouder Jan Hazen, Burgemeester Pieter Heiliegers, Wethouder Ferry Hoekstra en Wethouder José de Robles
In vier jaar tijd is er veel gebeurd in Uithoorn en De Kwakel. Met grote projecten, zichtbare verbeteringen in de leefomgeving en stevige investeringen in veiligheid, zorg en voorzieningen veranderde de gemeente op tal van fronten. Burgemeester Pieter Heiliegers en wethouders Jan Hazen, Ferry Hoekstra en José de Robles blikken samen met gemeentesecretaris Karin Wegewijs terug op een periode die zij omschrijven als intensief, ingrijpend en bovenal betekenisvol.
‘Wie terugkomt na een paar jaar, ziet ineens een heel nieuw dorp’
Het gesprek begint bij één van de meest zichtbare veranderingen: de leefomgeving. Wethouder Ferry Hoekstra ziet grote verschillen met vier jaar terug. “De komst van de Uithoornlijn, nieuwe groengebieden en aangepakte routes door het centrum hebben echt effect. Mensen ervaren meer ruimte, meer groen en meer manieren om zich te verplaatsen.”
Wethouder Jan Hazen vult aan: “In het centrum is zoveel veranderd. We leverden woningen op, pasten verkeersstructuren aan en maakten toegangswegen overzichtelijker. Wie hier een paar jaar niet geweest is, herkent stukken van het dorp bijna niet meer. Dat hoor ik vaak terug van bezoekers. Die frisse blik maakt het verschil zichtbaar.”
Maar die veranderingen gaan niet altijd vanzelf, erkent hij. “Sommige inwoners missen het oude karakter. Dat begrijp ik heel goed. Tegelijk maken we een noodzakelijke moderniseringsslag. De gemeente Uithoorn groeide in de jaren ’60, ’70 en ’80 explosief en nu maken we het toekomstbestendig. Dat vraagt om keuzes.”
Van losse projecten naar één geheel
Een terugkerend thema is samenhang. Hoekstra ziet daar de grootste winst. “Waar je eerst losse projecten had, woningbouw langs de Amstel, het terrassengebied, stukken centrum, zie je nu dat die onderdelen beter op elkaar aansluiten. Je merkt het als je door het dorp loopt: je gaat van het centrum naar het water en door naar nieuwe woonstraten met groen, zonder dat het voelt als losse stukken. Dat was de bedoeling: er zit een visie achter.”
Hazen knikt. “We hebben geprobeerd die visie stap voor stap zichtbaar te maken, zodat mensen ervaren dat er over na is gedacht.”
Samenwerking: laagdrempelig, over onderwerpen heen
Samenwerking binnen het college was volgens de bestuurders cruciaal. Hazen licht toe: “De gemeente Uithoorn is te klein voor strikte scheiding. Onze taken en onderwerpen lopen in elkaar over. Ruimtelijke ontwikkeling raakt bijvoorbeeld mobiliteit, woningbouw en economie.”
Hoekstra beschrijft het als laagdrempelig samenwerken. “We lopen makkelijk bij elkaar binnen. Daardoor kunnen we bij ingewikkelde dossiers snel schakelen.”
Die werkwijze past volgens Hazen bij de politieke cultuur in de gemeente. “We komen uit verschillende partijen, maar in het dagelijks werk zijn er geen loopgraven. We werken voor dezelfde inwoners en ondernemers.”
Slim combineren van functies
De Robles noemt de nieuwe schoollocatie gecombineerd met woningbouw als voorbeeld waar ruimtelijke en sociale belangen samenkomen. “Dat is efficiënt én goed voor de wijk.”
Hazen benadrukt dat de kracht van een kleine gemeente zit in het snel kunnen schakelen. “Door korte lijnen kun je meer kwaliteit uit een gebied halen.”
Waar wonen, zorg en leefkwaliteit samenkomen
Bij het thema wonen klinkt hoorbare trots. Hoekstra: “We hebben in concrete stenen geïnvesteerd. Niet alleen voor aantallen, maar ook voor passend wonen. Een voorbeeld dat mij raakt, is de woonvorm voor een woongroep van mensen met autisme. Dat is een woonvorm waarin iedereen mee kan doen, die je in het dagelijks leven ziet en voelt.”
Heiliegers benadrukt dat er in elk ontwerp wordt gelet op leefbaarheid. “Groen, verlichting, routes en verblijfskwaliteit: een wijk is meer dan huizen. Veiligheid en comfort ontstaan voor een groot deel in de openbare ruimte. Als mensen ’s avonds met een gerust gevoel thuiskomen, heb je het goed gedaan.”
Voorzieningen die binden
Wethouder De Robles noemt voorzieningen “de lijm van de gemeenschap”. “Het klinkt paradoxaal, maar juist door voorzieningen toe te voegen, behoud je het dorpsgevoel. Kijk naar Theater Gerrit, gedragen door vrijwilligers, en de bibliotheek, die is uitgegroeid tot een levendige ontmoetingsplek. Daar gebeuren dingen die een dorp sterk maken: samen leren, samen beleven, samen praten.”
Hazen erkent de spanning tussen vernieuwen en behoud. “We willen moderniseren zonder de ziel te verliezen. Dat is soms balanceren, maar het kán: een modern dorp dat dorps blijft.”
Veiligheid: zichtbaar op straat, solide achter de schermen
Volgens Heiliegers was veiligheid een van de belangrijkste thema’s. “We hebben extra boa’s op straat gekregen, de brandweerkazerne is versterkt en er is een nieuw politiebureau. Dat zijn stevige stappen voor een gemeente onze grootte.”
Maar veel werk gebeurt achter de schermen, vertelt hij. “Samen met politie, brandweer en andere partners zorgen we voor een basis van veiligheid. Dat werk zie je niet altijd, maar mensen voelen het wel.”
Schiphol: een dossier voor de lange adem
Over Schiphol is het college eensgezind: de inzet draait om leefbaarheid. Hoekstra: “We zitten in juridische trajecten en dat vraagt veel tijd en uithoudingsvermogen. Het doel is helder: zorgen dat inwoners in de wijken zo min mogelijk hinder ervaren en dat de kwaliteit van leven overeind blijft.”
Heiliegers benadrukt de rol van de raad. “In dit dossier trekken college en gemeenteraad heel goed samen op. Dat is essentieel als je het opneemt voor je inwoners.”
Zorg en ondersteuning: meedoen centraal
De Robles spreekt bevlogen over de veranderingen binnen het sociaal domein. “We hebben de inkomensgrens voor minimaregelingen opgehoogd naar 130 procent van het wettelijk sociaal minimum. Dat betekent dat mensen écht kunnen meedoen, bijvoorbeeld aan sport of andere activiteiten.”
Hazen ziet dat steeds meer inwoners hulp nodig hebben. “Dat vraagt blijvende aandacht. Niet als reactie op één crisis, maar vooruitkijkend naar wat mensen nodig hebben om mee te kunnen blijven doen.”
De Robles verwijst naar Uithoorn voor Elkaar, waar maatschappelijke partners inwoners begeleiden. “Niet het probleem overnemen, maar de inwoner helpen zélf het probleem op te lossen. Dat is een wezenlijke verandering.”
Leren, bijsturen en dóór
De afgelopen jaren brachten lessen die het college graag doorgeeft. Hoekstra: “Teleurstellingen horen bij dit werk. Soms moet je doelstellingen bijstellen omdat omstandigheden veranderen. Het gaat erom wat wél kan; dan houd je beweging.”
Hazen wijst op het belang van grondig onderzoek. “Hazen wijst op het belang van grondig onderzoek. “Bij sommige projecten hebben we geleerd dat langdurig doorontwikkelen niet altijd leidt tot het gewenste resultaat, zeker wanneer besluiten bij een derde partij liggen. Soms heb je simpelweg niet alle knoppen zelf in handen en kan een externe partij besluiten om te stoppen. Die realiteit vraagt om helderheid in verwachtingen en goede samenwerking. Tegelijk: blijf tempo houden. Niet over één nacht ijs, maar ook niet in de wacht.”
De Robles voegt toe dat het ook gaat om focus. “Je kunt niet iedereen tevredenstellen. Als je dat probeert, verlies je richting. Doe wat je je hebt voorgenomen. Dan kun je het ook verantwoorden.”
Achter de schermen: continuïteit en werkcultuur
Naast de zichtbare projecten en besluiten is er ook het dagelijkse werk dat altijd doorgaat. Dat werk maakt het mogelijk dat de gemeente blijft draaien, ook tijdens drukke periodes.
Gemeentesecretaris Wegewijs legt uit wat ‘going concern’ betekent: “Het is het dagelijkse werk dat altijd doorgaat: groenonderhoud, paspoorten, uitvoering van wetgeving zoals de Wmo en jeugdhulp. Het staat niet in de schijnwerpers, maar zonder dit werk staat alles stil.”
Heiliegers benadrukt dat deze taken ook in een volgend college doorgaan. “Daar is de gemeentesecretaris een belangrijke borg.”
Wegewijs vertelt dat samenwerking het beste werkt in een open cultuur. “Als iedereen zijn rol begrijpt, ambtenaren én bestuurders, ontstaat een sterke basis. Via ons programma Blijvend Vernieuwen zorgen we dat de organisatie wendbaar blijft.”
Werkgeverschap: trots én realisme
Wegewijs wijst op de krappe arbeidsmarkt. “Het is een uitdaging om goede mensen te vinden en te behouden. Daarom investeren we in ontwikkeling, in moderne werkwijzen en in een cultuur waarin het fijn werken is.”
Heiliegers noemt met gepaste trots de erkenning als Beste Werkgever in 2024, gebaseerd op medewerkerstevredenheid. “Dat zegt iets over hoe we met elkaar werken. Het helpt ons ook om nieuw talent aan te trekken.”
Naar een nieuw college: wensen en adviezen
Wat gunnen de bestuurders hun opvolgers? Hoekstra hoopt op dezelfde voortvarendheid. “Snel schakelen, maar wel met een plan.”
Hazen gunt inwoners en ondernemers “nog meer trots”. “Als je samen trots bent op je dorp, is het makkelijker moeilijke stappen te zetten.”
Heiliegers benadrukt de verbinding. “Blijf proactief, breng beleid in uitvoering en blijf in gesprek met inwoners en ondernemers. Dáár doe je het voor.”
De Robles benadrukt het belang van blijven meedoen. “Houd oog voor mensen die het niet vanzelf redden. Als je drempels wegneemt, kunnen inwoners blijven aansluiten bij sport, cultuur en het gewone leven.”
‘Hiervoor doen we het’
Aan het einde van het gesprek klinkt het persoonlijk. Hazen vertelt over de momenten waarop er weerstand is, werkzaamheden overlast geven en je je afvraagt waar je het voor doet. “En dan is het project af, het stof gezakt en zeggen mensen: ‘Wat is het mooi geworden.’ Dat zijn de momenten waarop je het voelt.”
Hoekstra herkent dat bij de leefomgeving. “Als je eerst gemopper hoort tijdens de uitvoering, en later mensen ziet genieten van meer groen, betere routes en een prettiger centrum, dan weet je weer waar je het voor doet.”
De Robles herkent dat bij bestaanszekerheid. “Als een regeling maakt dat iemand weer kan meedoen, dan weet je precies waarom je in het openbaar bestuur zit.”
Heiliegers sluit af met een blik op de gemeenschap. “Uithoorn en De Kwakel hebben elk hun eigen identiteit, maar samen vormen ze één gemeente. Bestuur, raad, ambtelijke organisatie, inwoners en ondernemers: we hebben elkaar nodig. Als je elkaar vasthoudt, kom je het verst. En daar gaat het om: samen vooruit.”
Volg ons