Column van wethouder Ferry Hoekstra: Bezoek uit Wenen: samen kijken, samen leren
In Uithoorn en De Kwakel hebben we te maken met de voordelen én de nadelen van Schiphol. De laatste jaren merken we vooral de nadelen steeds meer. Het onderwerp is ingewikkeld en er gebeurt veel. Wethouder Ferry Hoekstra is er dan ook druk mee bezig. Om u hierin mee te nemen, legt hij de komende tijd elke twee weken uit wat er speelt.
Twee weken geleden ontvingen we in Uithoorn een delegatie uit Wenen. Vertegenwoordigers van het Oostenrijkse ministerie, de luchthaven van Wenen en bewonersorganisaties brachten een bezoek aan Nederland. Na stops in Den Haag en op Schiphol kwamen zij ook bij ons kijken: hoe gaat een gemeente als Uithoorn om met de effecten van een grote luchthaven op haar leefomgeving?
Het werd een waardevolle dag. Niet alleen omdat we konden laten zien hoe wij het doen, maar vooral omdat we met een brede vertegenwoordiging het gesprek voerden. Vanuit Nederland waren naast de gemeente ook vertegenwoordigers van het ministerie, Schiphol, BAS en de luchtverkeersleiding aanwezig. Onze bewonersorganisatie PUSH bracht het perspectief van inwoners in. Juist die combinatie maakte het gesprek compleet. In het gemeentehuis namen we de delegatie mee in wat Schiphol betekent voor Uithoorn en in onze rol als gemeente in dit krachtenveld. Mirella Visser vertelde over haar inzet binnen PUSH en haar rol in de Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS), waar zij het perspectief van omwonenden vertaalt naar advies richting het ministerie.
Later op de dag gingen we naar De Scheg. Daar werd het verhaal concreet. Bewoners vertelden hoe het is om in Uithoorn te wonen onder de vliegroutes: over de overlast, maar ook over waarom zij zich organiseren en wat zij daarmee bereiken. Zij lieten zien hoe zij gezamenlijk hun stem laten horen en het gesprek aangaan met overheid en sector. Ook werd zichtbaar wat bewoners zelf in beweging zetten. Buurtbeheer De Legmeer vertelde over het Legmeerbos: begonnen als een droom, inmiddels een plek die bijdraagt aan de leefbaarheid in de wijk. Het Omgevingsfonds gaf daarbij inzicht in hoe projecten worden ondersteund die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren.
Wat opviel, waren de verschillen. De luchthaven in Wenen is kleiner: ongeveer 250.000 vluchten en slechts twee banen. Schiphol zit op 478.000 vluchten (voorgestelde maximum in het ontwerp LVB) en zes banen. Dat maakt de situatie hier complexer en de druk op de omgeving groter. Tegelijk zagen we dat de samenwerking in Wenen overzichtelijker is georganiseerd en partijen elkaar beter lijken te vinden. In Nederland is dat ingewikkelder. We werken met verschillende ‘zuilen’ (bewoners, overheden en sector), die niet een regelmatig gezamenlijk overleg hebben. En daardoor los van elkaar reageren op ontwikkelingen. Dat heeft voordelen, maar roept ook de vraag op of het helpt om dichter bij elkaar te komen. Dialoog werkt alleen als inbreng ook ergens toe leidt. Als er ruimte is om keuzes te maken en daadwerkelijk iets te veranderen. En juist die ruimte is in Nederland beperkt. Bij een gelijk aantal vluchten betekent minder hinder op de ene plek al snel meer hinder op een andere plek. Dat maakt keuzes ingewikkeld en de dialoog soms stroef.
Voor ons blijft één ding centraal: het verhaal van onze inwoners. Het was goed om dat te kunnen laten zien, niet alleen aan de Weense delegatie, maar ook aan het ministerie, Schiphol en de luchtverkeersleiding. En om te horen hoe anderen hiermee omgaan. Want ondanks de verschillen staan we voor dezelfde opgave: hoe zorg je voor een goede balans tussen economie, leefomgeving en de mensen die er wonen. Dank aan alle bewoners die hun verhaal wilden delen en daarmee dit gesprek inhoud hebben gegeven.
Volg ons